Studiedag 2

De private huursector uit het moeras.

donderdag 20 juni 2013
Regio: 
Gent
Locatie: 
Communicatieloft
Adres: 
Sint-Denijslaan 485
9000  Gent
België

Sprekers

Intro: 
Moderator/Voorzitter: 
Verslag: 

Vastgoedprofessionals, academici en politici kwamen op 20 juni samen om een grondige analyse van de problemen op de huurmarkt te maken. Van daaruit zullen concrete oplossingen worden uitgedacht. Dat gaf ook ondervoorzitter van het BIV Luc Machon aan tijdens een krachtige intro.  Voorzitter Servais Verherstraeten verwees daaropvolgend naar het belang van de zesde staatshervorming als historische troef om de uitdagingen aan te gaan. In zijn mind opener beklemtoonde de staatssecretaris voor de Staatshervorming de impact die de regionalisering voor het woonbeleid zal hebben. Voor het eerst zal een relatief homogeen beleidsdomein worden ontwikkeld met nieuwe instrumenten zoals de woninghuurwetgeving. Daarmee zal de volgende Vlaamse regering aan de slag kunnen gaan.

Als eerste van drie sprekers gaf Philippe Janssens, gedelegeerd bestuurder van Stadim, zijn visie. Hij richtte zich in het bijzonder op de problematiek van de kwaliteit van het bestaande patrimonium op de private huurmarkt. Het aantal huurders is op korte tijd van 30% naar minder dan 20% gedaald. Daardoor is ook het aantal huurders met een problematische socio-economische achtergrond gestegen van minder dan een derde naar meer dan de helft. Als reactie hierop zijn vooral de kwaliteitsvollere huurwoningen verdwenen. Door marktevolutie van het hypothecair krediet zal een deel van de starters in de toekomst niet langer onmiddellijk eigenaar kunnen worden. Zij zullen zich eerst op de huurmarkt moeten begeven. Voor die gezinnen bestaat echter geen kwalitatief aanbod meer. Volgens Janssens moet daarin een kentering komen. Hij riep investeerders daarom op om te investeren in kwaliteit.

De lezing van professor Bernard Hubeau was tweedelig. In een eerste voordracht sprak hij als voorzitter van de Vlaamse Woonraad en lichtte hij de adviezen van deze instelling toe. Opvallend was bijvoorbeeld het sterke pleidooi voor een uitbreiding van huursubsidies en het grote belang dat hij hechtte aan de rol van bemiddelende instanties. In een tweede deel richtte de professor zich voornamelijk op de woninghuurwetgeving. Daarbij verduidelijkte hij welke aspecten van het wetgevende kader nu zouden worden geregionaliseerd en hoe de volgende Vlaamse regering daarmee zou kunnen omgaan.

Laatste spreker van dienst was Meester Rob De Koninck. Hij belichtte een aantal juridische knelpunten die hij vanuit zijn ervaring als advocaat heeft vastgesteld. Zo behandelde hij onder meer de spanningen tussen de keuzevrijheid die veel verhuurders toch als een absoluut grondrecht beschouwen en de antidiscriminatie- en privacywetgeving, maar ook de problematiek van de ontoereikende huurwaarborg. De manier waarop Meester De Koninck de kwaliteitseisen uit de Vlaamse Wooncode en de afdwinging daarvan op een kritische maar constructieve wijze evalueerde, maakte indruk.

De aanwezigen waren het er allemaal over eens dat de huurmarkt opnieuw meer zuurstof nodig heeft en dat meer stimuli en positieve maatregelen voor de private huurmarkt zich opdringen. Zowel voor huurders én verhuurders. Aan de politieke wereld om daar volgend jaar werk van te maken